|
Vrijdag 3 april 2026
om 19:30 uur
Stille Week (Goede Vrijdag)
Voorganger(s): Marjanne/Aaltje
Organist: Fam. Bragt
3 april 2026 Goede Vrijdag
Begroeting
Jezus ging zijn weg in de wereld van zijn tijd,
Een wereld vol dreiging, angst en machteloosheid,
een wereld waar de machtigen het voor het zeggen hadden.
Jezus ging zijn weg van liefde, midden door de puinhopen van zijn tijd.
Wij gaan Hem achterna en zoeken wegen van liefde
midden door de puinhopen van onze tijd
Is er nog geloof in goed leven?
Is er nog hoop voor de lijdende?
Is er nog liefde voor de kwetsbaren?
Ja, er is geloof, hoop en liefde, als wij bij Hem blijven op zijn weg.
Drempelgebed
Onze hulp is in de naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.
Hij is voor ons een barmhartige vader en tot in eeuwigheid duurt zijn trouw.
O God keer U om naar ons toe en doe ons weer leven met hart en ziel.
Laat ons o Heer Uw liefde zien en geef ons Uw heil.
Amen
NLB 587 vers 1, 2 en 4
1. Licht voor de wereld, geeft U zich gevangen
in deze nacht van duistere belangen?
Ik zoek U, Heer, en vraag U: maak mijn oren
heel om te horen.
2. Eén mens moet sterven om een volk te redden.
Door uw gehoorzaam lijden kan ik verder,
warm ik mij aan uw liefde die niet loochent.
Open mijn ogen.
4. Hier is God zelf, ontdaan van alle glorie,
de mens die uit de hemel is geboren.
Ik ben de gesel die Hem openhaalde,
ik laat hem vallen.
Jesaja 53 : 5-13
Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing.
Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de HEER op hem neerkomen. Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open.
Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen. Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad? Hij werd verbannen uit het land der levenden,
om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.
Hij kreeg een graf bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken;
toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke taal gesproken.
Maar de HEER wilde hem breken, hij maakte hem ziek. Hij offerde zijn leven voor hun schuld, om zijn nageslacht te zien en lang te leven. En door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde. Na het lijden dat hij moest doorstaan, zag hij het licht en werd met kennis verzadigd.
Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht, hij neemt hun wandaden op zich. Daarom ken ik hem een plaats toe onder velen en zal hij met machtigen delen in de buit, omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood en zich tot de zondaars liet rekenen. Hij droeg echter de schuld van velen en nam het voor zondaars op.
Zingen van het licht: lied 14
1. Geen plaats voor zijn hoofd, geen grond voor zijn voeten,
een doorn in het oog, wie wil hem ontmoeten.
2. Geen hol als de vos, geen nest als de vogels,
een man zonder God, hij maakt je wanhopig.
3. Geen deur en geen weg, geen mens onder mensen
geen vrijheid geen recht, wie zou hem zich wensen.
4. Een vlam in de nacht, een stem door de stilte
een hand op je hart, een storm in ons midden
5. Ons dagelijks brood, een broeder van verre,
een redder in nood, Hij zal voor ons sterven.
Lucas 23 : 13-49
Ze stonden allen op en leidden hem voor aan Pilatus. Daar brachten ze de volgende beschuldigingen tegen hem in: ‘We hebben vastgesteld dat deze man ons volk van het rechte pad afbrengt en de mensen ervan weerhoudt belastingen aan de keizer te betalen en dat hij van zichzelf zegt de Messiaanse koning te zijn.’ Pilatus vroeg hem: ‘Bent u de koning van de Joden? ’ Jezus antwoordde: ‘U zegt het.’ Daarop zei Pilatus tegen de hogepriesters en de samengeschoolde menigte: ‘Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.’ Maar ze bleven hardnekkig beweren: ‘In heel Judea ruit hij met zijn onderricht het volk op, van Galilea tot hier! ’
Toen Pilatus dit hoorde, vroeg hij aan Jezus of hij uit Galilea kwam, en toen hij besefte dat hij onder Herodes’ gezag viel, stuurde hij hem naar Herodes, die op dat moment in Jeruzalem verbleef. Herodes was bijzonder blij toen hij Jezus zag, want hij wilde hem al heel lang ontmoeten omdat hij veel over hem gehoord had. Bovendien hoopte hij hem een wonder te zien doen. Hij ondervroeg hem uitvoerig, maar Jezus antwoordde hem niet één keer.
De hogepriesters en de schriftgeleerden die erbij stonden, brachten zware beschuldigingen tegen hem in. Hierop begonnen Herodes en zijn soldaten Jezus te honen, en ze dreven de spot met hem door hem een
pronkgewaad om te hangen. Zo stuurde hij hem terug naar Pilatus. Op die dag werden Herodes en Pilatus vrienden, terwijl ze altijd elkaars vijanden waren geweest.
Toen Jezus werd weggeleid, hielden de soldaten een zekere Simon van Cyrene aan, die net de stad binnenkwam. Ze legden het kruis op zijn rug en lieten het hem achter Jezus aan dragen. Een grote volksmenigte volgde Jezus, evenals enkele vrouwen die zich op de borst sloegen en over hem weeklaagden. Jezus keerde zich echter naar hen om en zei: ‘Dochters van Jeruzalem, huil niet om mij. Huil liever om jezelf en je kinderen, want weet, de tijd zal aanbreken dat men zal zeggen: “Gelukkig wie onvruchtbaar is, gelukkig de moederschoot die niet gebaard heeft en de borst die geen kind heeft gezoogd.” Dan zullen de mensen tegen de bergen zeggen: “Val op ons neer!” en tegen de heuvels: “Bedek ons!” Want als dit gebeurt met het jonge hout, wat zal het verdorde hout dan niet te wachten staan? ’
Samen met Jezus werden nog twee anderen, beiden misdadigers, weggeleid om terechtgesteld te worden. Aangekomen bij de plek die de Schedelplaats heet, werd hij gekruisigd, samen met de twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links. Jezus zei: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’ De soldaten verdeelden zijn kleren onder elkaar door erom te dobbelen.
Het volk stond toe te kijken. De leiders hoonden hem en zeiden: ‘Anderen heeft hij gered; laat hij nu zichzelf redden als hij de Messias van God is, zijn uitverkorene! ’
Ook de soldaten dreven de spot met hem, ze gingen voor hem staan en boden hem zure wijn aan, terwijl ze zeiden: ‘Als je de koning van de Joden bent, red jezelf dan! ’
Boven hem was een opschrift aangebracht: ‘Dit is de koning van de Joden’. Een van de gekruisigde misdadigers zei spottend tegen hem: ‘Jij bent toch de Messias? Red jezelf dan en ons erbij! ’ Maar de ander wees hem terecht met de woorden: ‘Heb jij dan zelfs geen ontzag voor God nu je dezelfde straf ondergaat? Wij hebben onze straf verdiend en worden beloond naar onze daden. Maar die man heeft niets onwettigs gedaan.’ En hij zei: ‘Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt.’ Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.’
NLB 558 : 8, 9 en 10
8. Om de doornen van uw kroon,
om de geesling en de hoon,
roepen wij, o Mensenzoon,
Kyrie eleison. |
9. Om uw kruis, Heer, bidden wij,
om de speerstoot in uw zij,
ga aan onze schuld voorbij,
Kyrie eleison. |
10. Heer, om uw vijf wonden rood,
om uw onverdiende dood,
smeken wij in onze nood,
Kyrie eleison. |
Overdenking
Oude Liedboek 189 : 1,2,3 en 4, mijn Verlosser hangt aan ‘t kruis
Mijn Verlosser hangt aan 't kruis,
hangt ten spot van snode smaders.
Zoon des Vaders,
waar is toch uw almacht thans,
waar uw goddelijke glans ?
|
2. Mijn Verlosser hangt aan 't kruis,
en Hij hangt er mijnentwegen,
mij ten zegen.
Van de vloek maakt Hij mij vrij,
en zijn sterven zaligt mij |
Gedicht - Truus van der Roest
Op Golgota
Er staat een kruis op Golgota …
Het trotse resultaat
van anti-godd’lijk machtsvertoon
en tomeloze haat.
Er lijdt een mens op Golgota …
Straks buigt Hij stervend ’t hoofd
en dan is bij de Zoon van God
de levensvlam gedoofd.
Er straalt een licht op Golgota …
Het offer is volbracht!
Gods liefde heeft getriomfeerd;
de zonde is ontkracht!
Er zingt een lied op Golgota …
Reeds zwelt het juichend aan
omdat de deur naar ’t Vaderhart
wijd open is gegaan.
Er gloeit weer hoop op Golgota …
De smart en schande wijkt
en ’t kruis wordt tot een gloriekroon:
God heeft zijn doel bereikt!
Gebed van de Goede Vrijdag
ELB 114: 1, 2, 7 en 8
1. Als ik in gedachten sta
bij het kruis van Golgotha.,
als ik hoor wat Jezus sprak,
voor zijn oog aan ‘t kruishout brak
|
2. Hoe nog stervende zijn mond
troost voor vriend en moeder vond,
weet ik : Hij vergeet ons niet,
schoon Hij stervend ons verliet.
|
Op zijn kreet: ‘Het is volbracht’,
antwoordt mijn aanbidding zacht:
‘Jezus, ook voor mij verwierf
Gij verlossing toen Gij stierf’. |
Hoor ik, hoe het laatst van al
Hij zijn geest aan God beval,
weet ik ook mijn geest en lot
in de handen van mijn God. |
Slotwoorden
Gaat nu heen in vrede, niet als mensen zonder hoop,
maar als mensen die weten dat God in Christus
de machten van duisternis, zonde en dood overwonnen heeft.
De kaarsen worden gedoofd
We verlaten in stilte de kerk.
|